Vergelijking van racefiets en ligfiets

Rogier Verberne

Valkuilen

Een racefiets en een ligfiets zijn niet even snel. Het snelheidsverschil betreft tenminste vier disciplines: de (vlakke) tijdrit, de sprint, het klimmen en het dalen. Om het verschil tussen de zittende en de liggende fietshouding correct te meten, moeten alle andere omstandigheden die van invloed zijn op de fietssnelheid gelijk zijn. Dat is op de eerste plaats de berijder: dezelfde man of vrouw moet beide fietsen testen. Bovendien moet het testtraject hetzelfde zijn en de (weers-)omstandigheden gelijk. Daarbij moet de rolweerstand van de racefiets en de ligfiets gelijk zijn: dus het fietsgewicht, de wielmaat en de banden dienen hetzelfde te zijn. Bij eerdere vergelijkingen van racefiets en ligfiets is, bij mijn weten, nooit aan al deze voorwaarden voldaan. Vijf vaak gemaakte fouten betreffen:

1. Fietsgewicht
Het effect van ½ kg minder fietsgewicht is voor het fietsen met een constante snelheid op de vlakke weg te verwaarlozen: bij een testrit over 40 km is het effect gelijk aan het verwijderen van een uitstekend potlood (Wikipedia, bicycle performance). Bij het beklimmen van steile hellingen door een man van bijv. 75 kg op een fiets van 8 kg wordt door ½ kg extra gewicht zijn snelheid 0,6% minder (bijv. 17,9 i.p.v. 18,0 km/uur). De betekenis van het fietsgewicht voor de snelheid wordt dus vaak vreselijk overdreven. Maar grote gewichtsverschillen (van bijv. 10 kg en meer) mag je niet over het hoofd zien: een racefiets van bijv. 8 kg mag je niet zomaar vergelijken met een ligfiets van 28 kg (en die zijn er vele). Daarmee vergelijk je de racefiets met een omafiets.

2. Hartslag
Bij de vergelijking van racefiets en ligfiets is de hartslagmeter geen maat voor de geleverde inspanning. Bij dezelfde man is de hartslag op de racefiets hoger dan op een ligfiets bij dezelfde inspanning. En bij een gelijke hartslag is zijn inspanning op de racefiets kleiner.


Bij dezelfde man is de hartslag op de racefiets hoger dan op een ligfiets bij dezelfde inspanning
(foto's Radboud Verberne)

3. Klimmen
In de heuvels bij Nijmegen wordt jaarlijks de klimtijdrit Beek-Ubbergen verreden. Vrijwel alle deelnemers zijn racefietsers. Toch staat de recordtijd op naam van een ligfietser. Dit suggereert dat je op een ligfiets sneller kunt klimmen dan op een racefiets. Maar in deze zogenaamde klimtijdrit wordt niet alleen geklommen maar evenveel gedaald: het hoogteverschil tussen start en finish is maar enkele meters. Dus als je op de ligfiets langzamer klimt maar wel veel sneller daalt (door de kleinere luchtweerstand), kun je een opgelopen achterstand weer inlopen. Dat plaatst zo’n record in een ander perspectief. Bij de vergelijking van het klimmen op een racefiets en een ligfiets moet daarom het dalen zijn uitgesloten.

4. Kampioenen
Bij het klimmen kunnen ligfietskampioenen als Bram Moens, Ymte Sijbrandij en Hans Wessels heel wat gewone racefietsers achter zich laten. Dat betekent niet dat een willekeurig iemand op een ligfiets sneller kan klimmen dan op een racefiets. Rechtstreekse confrontaties tussen ligfietsers en racefietsers zeggen in feite weinig over de twee verschillende typen fietsen omdat het verschil tussen de berijders groter kan zijn dan het verschil tussen de fietsen.

5. Vooroordeel
Een vergelijkend onderzoek wordt bij voorkeur ‘dubbelblind’ uitgevoerd. Bijvoorbeeld de werkzaamheid van een geneesmiddel wordt getest ten opzichte van een placebo (een neppil) terwijl noch de proefpersonen noch de onderzoeker weten welke van de twee pillen het geneesmiddel is en welke de placebo. Dat wordt bedoeld met ’dubbelblind’. Het doel daarvan is om vooroordelen bij de proefpersonen en/of de onderzoeker uit te sluiten. Een vergelijkende test tussen racefiets en ligfiets kan echter niet ‘blind’ worden uitgevoerd en vooroordelen kunnen dus de uitslag van de vergelijking beïnvloeden. Daarom zijn fervente ligfietsers en fanatieke racefietsers daarvoor geen geschikte proefpersonen: hun vooroordelen maken een betrouwbare vergelijking onmogelijk.

www.racefiets-ligfiets.nl
ISBN 978-90-812153-2-9
© Rogier Verberne

andere e-boeken van Rogier Verberne: Veterinaire Verhalen en Q-koorts